Vanaf dinsdag 7 april publiceert NMO de voorlopige kijkcijfers op de dag na uitzending. Daarmee is de introductie van NMO Video Totaal van het vernieuwde kijkonderzoek officieel van start gegaan. Video Totaal is de vernieuwde meetstandaard die een belangrijke stap markeert: TV wordt niet langer alleen lineair op het TV-scherm gemeten, maar ook op andere devices en platformen. Hoewel de introductie van Video Totaal al eerder is aangekondigd, is dit hét moment waarop de nieuwe manier van meten in de praktijk zichtbaar wordt. Een goed moment dus om nog eens op een rij te zetten wat er precies verandert en waarom dat relevant is.
Van lineair naar Video Totaal
Het belangrijkste verschil met het eerdere kijkonderzoek is dat het bereik van TV niet langer uitsluitend lineair wordt bepaald. Onderstaande afbeelding laat zien hoe alleen al een lineair TV-programma op verschillende devices en momenten gekeken kan worden.

Video Totaal combineert live en uitgesteld lineair kijken tot en met zes dagen na uitzending met online kijkgedrag en video on demand. Maar ook met video sharing platforms (VSPs) zoals YouTube. Daarmee ontstaat één geïntegreerd beeld van hoe videocontent daadwerkelijk wordt geconsumeerd. Video Totaal wordt daarmee de nieuwe maatstaf waarop zenders en videocontent worden gerapporteerd. In onderstaande afbeelding zijn alle ‘puzzelstukken’ te zien waaruit Video Totaal is opgebouwd.

Aansluiting op hoe Nederland écht kijkt
De reden voor deze verandering ligt in het huidige kijkgedrag en de ontwikkelingen in het medialandschap. Zoals al in de eerste afbeelding te zien was, wordt video allang niet meer alleen via het TV-scherm en op het moment van uitzending bekeken. Content wordt verspreid over verschillende devices, platforms en momenten.
Video Totaal sluit daarop aan door verschillende vormen van kijken mee te nemen: of het nu gaat om kijken op het grote scherm in de woonkamer, via een smartphone onderweg of via een laptop, en of het live, uitgesteld of on demand is. Daarmee ontstaat een realistischer beeld van het totale videobereik.
Doordat meer vormen van video worden meegenomen, vallen bereik en kijktijd in veel gevallen hoger uit dan voorheen. Dat betekent niet dat er ineens méér wordt gekeken, maar dat het bestaande kijkgedrag nu vollediger in beeld wordt gebracht.
Voor broadcasters maakt dit het bereik van hun content beter zichtbaar. Voor adverteerders biedt het meer inzicht in hoe videocampagnes presteren over verschillende platformen heen.
Welke cijfers worden wanneer gepubliceerd?
Met de introductie van Video Totaal verandert niet alleen wat er gemeten wordt, maar ook hoe en wanneer de cijfers beschikbaar komen. De publicaties verlopen gefaseerd, waarbij stap voor stap een completer beeld ontstaat van het kijkgedrag. In onderstaande afbeelding is dit schematisch weergegeven.

Op de eerste dag na uitzending worden de eerste voorlopige kijkcijfers gepubliceerd voor het TV-scherm, gebaseerd op alle kijktijd op de dag van uitzending (VOSDAL). Dit zijn de toplijsten met meest-bekeken TV-programma’s, de bekende ‘overnight’ cijfers van de lineaire zenders op alleen het grote scherm.
Vervolgens worden deze cijfers aangevuld met uitgesteld kijken tot en met zes dagen na uitzending op het TV-scherm, zoals we die tot nu toe kenden als de currency cijfers. Dit betreft bij Video Totaal nog wel voorlopige cijfers.
De grootste verandering zit in de nieuwe definitieve publicatie. Daarin worden voor het eerst alle schermen meegenomen: niet alleen het TV-scherm, maar ook online kijkgedrag via andere devices. Daarnaast wordt ook VOD-consumptie toegevoegd. Hiermee ontstaat het volledige Video Totaal: een integraal beeld van het bereik en de kijktijd van content over alle platformen.
Het nieuwe kijktype ‘kijkmoment’ en wat dat betekent zenderaandeel
De nieuwe cijfers bevatten een bredere set aan metrics dan voorheen. Naast kijktijd en bereik wordt ook inzicht gegeven in kijkmomenten, kijkdichtheid en cumulatief bereik over devices heen. Belangrijk is dat deze cijfers niet gebaseerd zijn op het moment van uitzending, maar juist op het daadwerkelijke kijkmoment. Daarmee verschuift de focus van ‘moment van uitzending’ naar ‘moment van consumptie’.
Kijkmoment wordt als kijktype geïntroduceerd om zo analyses over lineair en on demand kijken mogelijk te maken. Dit heeft ook effect op de berekening van zenderaandelen. Met de komst van Video Totaal worden de zenderaandelen van zenders en streamingdiensten namelijk op kijkmoment berekend. Dat wil zeggen dat het zenderaandeel over een maand wordt berekend op basis van het feitelijke kijken in die maand. En niet op basis van het kijkgedrag naar de programma’s die in die maand op lineaire TV zijn uitgezonden (die bijvoorbeeld ook op een later moment zijn teruggekeken). Bij programma-analyses wordt het zenderaandeel wel berekend op basis van het moment van uitzending.

In bovenstaand voorbeeld is te zien dat er in januari gemiddeld 133 minuten lineaire TV gekeken is op het TV-scherm, 19 minuten VOD op datzelfde grote TV-scherm, nog eens 3 minuten VOD op een smartphone, 4 minuten naar een VSP op het grote TV-scherm en 20 minuten naar VSPs op een smartphone. Omdat het data uit de testfase betreft moeten deze als illustratief worden beschouwd.
Eerste stap in verdere ontwikkeling
Met de introductie van Video Totaal is het kijkonderzoek nog niet ‘af’. In de loop van 2026 worden verdere stappen gezet, zoals het aansluiten van meer streamingplatforms, het toevoegen van previews (afleveringen die voor uitzending al vooruitgekeken kunnen worden) en het ontwikkelen van oplossingen om videocampagnes over platformen heen beter te kunnen meten.
Nieuwe realiteit voor kijkcijfers
Met Video Totaal verschuift het kijkonderzoek definitief van een lineaire naar een platform-overstijgende benadering van video. De cijfers die vanaf maandag 20 april 2026 beschikbaar komen, geven daarmee een completer beeld van hoe Nederland kijkt.
Juist in een landschap waarin content zich over steeds meer schermen en platformen verspreidt, biedt deze nieuwe standaard een noodzakelijke update: kijkcijfers die beter aansluiten op het werkelijke kijkgedrag, en daarmee op de werkelijke waarde van video.
Kijk hier de speciale NMO webinar over Video Totaal:










