Sinds 6 april ziet het Nederlandse kijkonderzoek er fundamenteel anders uit. Met Video Totaal brengt NMO-videokijken over alle schermen in kaart en wordt naast lineaire TV ook het gebruik van VOD- en VSP-platforms gerapporteerd. Daarmee krijgen we een completer beeld van het Nederlandse kijkgedrag, maar zijn er ook nieuwe cijfers, definities, terminologie en rapportagekeuzes bijgekomen. Daarom geven we in dit artikel graag duiding bij deze veranderingen. Welk cijfer gebruik je voor welke analyse? Wanneer kijk je naar het TV-scherm en wanneer naar alle schermen? En wat betekenen veranderingen als de overgang van uitzendmoment naar kijkmoment voor vergelijkingen met eerdere periodes? In het recent gepubliceerde Screenforce Halfjaarrapport 2026 hebben wij de eerste maanden van Video Totaal uitgebreid geanalyseerd in het hoofdstuk TV-kijkers. In dit artikel zoomen we in op dat hoofdstuk om de belangrijkste veranderingen en cijfers in samenhang te duiden en handvatten te geven voor het lezen en rapporteren van de vernieuwde kijkcijfers.
Van TV-schermtijd naar Video Totaal
De tijd die we besteden aan het live en uitgesteld kijken naar programma’s en reclames kwam in de eerste helft van 2026 uit op 117 minuten per dag. Deze lineaire kijktijd was in de volledige eerste helft van 2026 2,3% minder dan in de eerste helft van 2025. De categorie Overig Schermgebruik is een grote verandering ondergaan.
Met de introductie van Video Totaal op 6 april 2026 is het Nederlandse kijkonderzoek fundamenteel veranderd. Niet alleen wordt videokijken nu over alle apparaten gemeten, ook maakt Video Totaal zichtbaar hoe het voormalige ‘Overig Schermgebruik’ zich deels verdeelt over de categorieën VOD en VSP. Daardoor ontstaat een vollediger beeld van het totale videokijkgedrag, maar ook een belangrijke trendbreuk in de tijdreeksen.
Een andere belangrijke vernieuwing in Video Totaal is dat het kijkgedrag voortaan over alle schermen gemeten en gerapporteerd wordt. Tenzij anders vermeld, hebben alle kijkcijfers in dit Halfjaarrapport vanaf 6 april 2026 betrekking op alle schermen: het TV-scherm, tablet, desktop/laptop en smartphone. Met onderstaande infographic brengen wij de belangrijkste wijzigingen overzichtelijk in beeld. Op onze website vind je een overzicht van alle wijzigingen in het nieuwe kijkonderzoek van NMO.
Bij de interpretatie van de grafiek op de volgende pagina moet rekening worden gehouden met twee verschillende trendbreuken. De eerste ontstond in 2024 door de overgang van GfK naar Fifty5Blue en heeft vooral invloed op de meting en het panel. Waar GfK gebruik maakte van de kijkmeter, introduceerde Fifty5Blue de People Meter. Fifty5Blue rekende het gamen en radioluisteren via het TV-toestel ook tot kijktijd met bijna een verdubbeling in kijktijd tot gevolg.
De tweede trendbreuk ontstond op 6 april 2026 met de introductie van Video Totaal en verandert de wijze waarop videokijken wordt geclassificeerd en gerapporteerd. Vanaf dat moment is een deel van de categorie Overig Schermgebruik verder in kaart gebracht door het rapporteren van video kijken in de categorieën VOD en VSP. Een groot deel van het oude Overig Schermgebruik wordt met de introductie van Video Totaal niet meer gerapporteerd. Denk hierbij aan het eerder genoemde radio luisteren en gaming, maar ook het bekijken van content uit het aanbod van Ziggo en KPN, DVD-recorders of Uitgesteld Kijken langer dan 28 dagen terug. Om het effect van de trendbreuk duidelijk zichtbaar te maken, hebben we in onderstaande grafiek de eerste helft van 2026 onderverdeeld in twee periodes: vóór en na 6 april. De periode na 6 april is bovendien uitgesplitst in enerzijds alleen het TV-scherm en anderzijds alle schermen, om het effect van het toevoegen van de online devices te tonen.
Let erop dat in bovenstaande grafiek de cijfers tot 6 april berekend zijn op het uitzendmoment en na 6 april op het kijkmoment. Wat dit precies inhoudt kun je lezen op pagina 22 van dit rapport.
Deze wijzigingen in het onderzoek laten zien dat lineair de grootste categorie binnen het totale videolandschap blijft. De tijd die we besteden aan het live en uitgesteld kijken naar programma’s en reclames kwam in de eerste helft van 2026 uit op 117 minuten per dag. In grafiek 6 is dit cijfer verdeeld in twee periodes, vóór en na 6 april, waarbij traditionele seizoenspatronen het verschil tussen de twee kolommen verklaart. De lineaire kijktijd was in de volledige eerste helft van 2026 2,3% minder dan in de eerste helft van 2025. De daling bleef beperkt dankzij de Olympische Winterspelen en het WK voetbal, dat deels in de eerste helft van dit jaar gespeeld is. De uitgestelde kijktijd bleef nagenoeg stabiel als je 2026 met 2025 vergelijkt (respectievelijk 33 en 32 minuten) en was in beide jaren goed voor ruim een kwart van de lineaire kijktijd.
Uit een analyse over de periode tussen 6 april en eind juni blijkt dat de kleine schermen gemiddeld ongeveer één minuut lineaire kijktijd toevoegen aan de kijktijd die via het TV-scherm wordt gemeten. De lineaire kijktijd wordt met de toevoeging van andere schermen nauwelijks verhoogd. Wel zien we dat op sommige dagen op sommige tijdvakken de kleine schermen meer kijktijd toevoegen. Denk hierbij aan de zondagmiddag waarop veel sport bekeken wordt. De extra kijktijd via de kleine schermen komt meer ten goede aan de categorieën VOD en VSP. Zie ook pagina’s 18 en 21 voor meer uitleg over het kijkgedrag op de verschillende schermen.
Kijktijd per doelgroep
Het National Media Onderzoek rapporteert standaard over alle personen van 6 jaar en ouder, ook in de meeste kijkcijferanalyses van dit rapport. Maar hoe verschilt het kijkgedrag tussen doelgroepen en hoe is hun kijktijd verdeeld tussen lineaire TV, Video on Demand (VOD) en Video Sharing Platforms (VSP)?
Omdat we te maken hebben met een verdeling van de kijktijd over de drie vernieuwde categorieën doen we deze analyse over de periode van 6 april tot en met 30 juni. In de geanalyseerde periode is de kijktijd traditioneel lager dan in het eerste kwartaal. Naarmate de dagen langer worden en het weer verbetert, kijken mensen doorgaans minder TV.
In de onderzochte periode keken Nederlanders van 6 jaar en ouder gemiddeld 111 minuten per dag naar lineaire TV over alle schermen heen. Zij keken 19 minuten naar VOD- en 31 minuten naar VSP-platforms. Hiermee is VSP goed voor 19% en VOD goed voor 12% van het nieuwe Video Totaal. Het gaat hierbij om zuivere kijktijd; de tijd die mensen besteden aan het zoeken naar content om naar te kijken is hier niet in meegerekend.
Zoals we op de vorige pagina al konden zien, voegen de kleine schermen vooral kijktijd toe aan de categorieën VOD (+ 5 minuten) en VSP (+27 minuten). Het zijn vooral de platforms YouTube, TikTok en Instagram die voor deze extra online kijktijd zorgen.
Opvallend is de lage kijktijd van 20-34-jarigen naar lineaire TV. Zij kijken met 46 minuten per dag bovengemiddeld veel naar VSP en maar fractioneel meer naar VOD dan de gemiddelde kijker. Naarmate de leeftijd stijgt, neemt het kijken naar lineaire TV toe en daalt het kijken naar VSP.
Verder valt op dat 35-49-jarigen met 26 minuten in verhouding de meeste kijkminuten aan VOD besteden. Vrouwen kijken meer lineaire TV en meer naar VOD dan mannen dat doen.
Kijktijd per uur
De uitgebreide rapportage van het NMO biedt extra inzichten in hoe het videogebruik zich over de dag ontwikkelt en hoe dit verschilt tussen de categorieën Lineair, VOD en VSP. Onderstaande grafiek laat zien dat het lineaire TV kijken bij de brede doelgroep 6+ gedurende de hele dag de grootste kijkactiviteit is. Tijdens primetime (18:00 – 24:00 uur) bedraagt de kijktijd naar zowel VOD als VSP ongeveer een achtste van de lineaire kijktijd.
VOD volgt daarbij ongeveer hetzelfde dagritme als lineair, met een duidelijke piek in de avond. Het gebruik van VSP loopt vanaf de ochtend geleidelijk op en ligt rond 23:00 uur ongeveer twee keer zo hoog als in de ochtend.
Bij de jongere doelgroep van 20 tot en met 34 jaar is een ander beeld te zien van het gebruik van de verschillende categorieën gedurende de dag. In grafiek 9 zien we dat lineaire TV ook binnen deze doelgroep de hoogste piek bereikt in de avond. De kijktijd naar VOD bedraagt echter tijdens primetime ongeveer de helft van de lineaire kijktijd. VSP nemen bij deze doelgroep een aanzienlijk groter deel van de dagelijkse kijktijd in beslag. Bij de leeftijdsgroep daarboven, de 35 tot 49-jarigen neemt dat gebruik sterk af.
Kijktijd-aandeel per apparaat
De uitgebreide rapportage van het NMO biedt ons ook de mogelijkheid om een beter beeld te krijgen van de devices waarop de verschillende kijkactiviteiten plaatsvinden. Aan het begin van dit hoofdstuk gaven wij aan dat lineaire TV bijna volledig op het grote TV-scherm wordt gekeken. In onderstaande grafiek zijn de aandelen van tablet, smartphone en computer daarom nauwelijks zichtbaar als het gaat om de categorie lineair.
De grafiek toont het aandeel van ieder device binnen de categorieën Lineair, VOD en VSP. Uit een nadere verdieping op de leeftijdsgroepen blijkt dat er weinig verschillen in gebruik tussen deze groepen zitten. Het apparaat waarop een bepaalde kijkactiviteit plaatsvindt, lijkt daarmee slechts beperkt samen te hangen met leeftijd.
Naar lineaire zenders wordt nog altijd het meest gekeken via het grote scherm (99%). Long form premium content wordt bij uitstek op het grote scherm bekeken. Dat geldt zowel voor programma’s op lineaire TV als voor content van streamingdiensten zoals Netflix of HBO Max. De hoge kwaliteit, de kijkbeleving en het gezamenlijke kijkmoment maken het grote scherm hiervoor het logische platform. Van alle VOD-kijktijd vindt 74% plaats via het TV-scherm.
De kleinere schermen worden grotendeels gebruikt om naar VSP te kijken met veelal short form content, die vaker alleen bekeken wordt. Het aandeel in de kijktijd voor de VSP is het grootst op de smartphone (67%).
In grafiek 11 hebben we het omgedraaid en tonen we welk aandeel de kijkactiviteiten hebben binnen de afzonderlijke devices. Dan zien we dat het TV-scherm naast lineaire zenders ook gebruikt wordt voor het bekijken van VOD platforms (11%), wat vooral de streaming platforms zullen zijn. Lineair kijken gebeurt verder ook in lichte mate via de laptop/desktop. Hierbij zal het in meer gevallen gaan over het terugkijken van programma’s via bijvoorbeeld NPO Start, KIJK of Videoland.
Kijktijd lineaire TV
Aan het begin van 2026 lag de kijktijd duidelijk lager dan het jaar ervoor. In februari zorgden de Olympische Winterspelen juist voor een sterke piek. Daarna ontwikkelde de kijktijd zich grotendeels in lijn met 2025. Vanaf week 16 is een lichte daling te zien die past bij het gebruikelijke seizoenspatroon. De grote dip in week 21 en 22 werd veroorzaakt door de eerste periode van zomers weer in Nederland die traditiegetrouw gepaard gaat met een flinke dip in de kijktijd.
Vanaf week 24 steeg de kijktijd weer flink door het Wereldkampioenschap voetbal voor mannen in Noord-Amerika. Deze stijging is wel lager dan de piek in 2024 die toen werd veroorzaakt door het Europees Kampioenschap voetbal voor mannen. De andere tijdszone van het WK dit jaar, met als gevolg een groot aantal wedstrijden in de nacht, droegen hier zeker aan bij.
Van uitzend- naar kijkmoment
Lineaire TV is de officiële term voor de optelling van het live en uitgesteld kijken naar TV-programma’s. Merk op dat sinds de nieuwe methode van NMO, dit niet alleen op het TV-toestel gemeten wordt maar op alle apparaten. Lineaire TV is ook de metric waarmee het zenderaandeel wordt berekend. Hiervoor wordt de kijktijd van lineaire TV op 100% gezet. Zie hiervoor pagina 27 van dit rapport.
Een andere aanpassing in het nieuwe onderzoek sinds 6 april gaat over het uitgesteld kijken. Een programma dat één of meerdere dagen later bekeken is, wordt nog steeds toebedeeld aan de dag waarop deze uitgezonden is. Bij een analyse op programmaniveau van Masked Singer van 9 januari op RTL 4 wordt de kijktijd van iemand die hem op 15 januari teruggekeken heeft nog steeds meegeteld bij de kijktijd van die aflevering op 9 januari. We noemen dit het Uitzendmoment. Hierin is niets veranderd. Nieuw is wel dat in een analyse op tijdvak- en zenderniveau dit kijktraject meegeteld wordt bij de kijktijd van RTL 4 op 15 januari. We noemen dit het Kijkmoment. Vanaf 6 april rapporteert NMO dus op basis van het Kijkmoment, met uitzondering van de programma-analyses. Het Kijkmoment sluit beter aan bij de rapportage van VOD en VSP-platforms, waarbij je ook rapporteert over de dag dat iemand naar een platform gekeken heeft. Gewoonweg ook omdat bij on demand het moment van uitzenden of beschikbaar komen van een uitzending niet altijd relevant of bekend is.
In bovenstaande grafiek is rekening gehouden met deze overgang per 6 april. Hoewel het effect niet groot is kan kijktijd verschuiven van de ene naar de andere week. De lijnen tot 6 april 2026 zijn gebaseerd op het Uitzendmoment. De lijn vanaf 6 april is gebaseerd op het Kijkmoment.
Kijktijd per programmagenre
Het NMO-video-onderzoek telde aan het begin van 2026 41 Reference Audit-zenders. Van deze zenders wordt de kijktijd per programma, reclameblok en commercial gemeten en gerapporteerd. Onderzoeksbureau Nielsen verzorgt in opdracht van NMO de herkenning, naamgeving en categorisering van programma’s en commercials. Dankzij deze genre-indeling kan bijvoorbeeld worden berekend hoeveel tijd Nederlanders gemiddeld naar nieuws- en actualiteitenprogramma’s kijken.
In de eerste helft van 2026 keken Nederlanders in totaal 89 minuten per dag naar programma’s, verdeeld over onderstaande negen genres, op de 41 Reference auditzenders. In 2025 was dit 91 minuten. De kijktijd naar deze Reference audit-zenders is daarmee met 2% gedaald. Omdat Viaplay TV+ vanaf 1 maart 2026 geen deel meer uitmaakt van de Reference Audit-zenders wordt vanaf dat moment over één zender minder de kijktijd meegenomen in onderstaande overzicht van kijktijd per genre.
Non-fictie is al jarenlang het grootste genre. Dit is een breed genre dat onder meer bestaat uit Nederlandse reality-, lifestyle-, reis-, gezondheids-, hulp- en woonprogramma’s. In de eerste helft van 2026 werd dit genre gemiddeld 26 minuten per dag bekeken. Dit is ruim 16% lager dan in dezelfde periode van 2025. Hiermee bleef het genre nog net iets groter dan het genre Nieuws & Actualiteiten.
Nieuws & Actualiteiten liet na de verzamelcategorie Overig de kleinste daling zien. Dat past bij de ontwikkeling waarbij lineaire zenders steeds nadrukkelijker leunen op live programmering zoals Nieuws, Actualiteiten en Sport. De kijktijd naar de categorie Sport steeg naar gemiddeld 15,4 minuten kijktijd voornamelijk dankzij de Olympische Winterspelen en een deel van het WK voetbal. Dat is een flinke stijging van ruim 60% ten opzichte van dezelfde periode in 2025.
Bij deze cijfers is het belangrijk te realiseren dat de kijktijd van een genre toeneemt naarmate er meer programmatitels en afleveringen binnen dat genre worden uitgezonden. Dit is één van de verklarende factoren waarom Non-fictie (26 minuten) en Nieuws & Actualiteiten (25 minuten) zoveel kijkminuten per dag realiseren. Ook het aantal Reference Audit-zenders heeft invloed op de kijkminuten naar genres.
Zenderaandelen lineaire TV
Voor de berekening van de zenderaandelen wordt de totale kijktijd naar alle TV-zenders bij elkaar opgeteld en op 100% gezet. Overig kijkgedrag, zoals naar VSP en VOD worden hierbij niet meegerekend.
Tot 6 april werd ook het zenderaandeel van lineaire zenders/tijdvakken berekend op basis van Uitzendmoment. Vanaf 6 april wordt uitgegaan van het daadwerkelijke Kijkmoment. In onderstaande tabel maken we daarom onderscheid tussen de periode vóór en de periode vanaf 6 april. Eerdere jaren en het eerste deel van 2026 zijn gebaseerd op het Uitzendmoment. De laatste kolom over de periode 6 april tot en met 30 juni is gebaseerd op het Kijkmoment.
De zenderaandelen zijn berekend voor de commercieel belangrijke doelgroep 25–59 jaar en voor het primetime tijdvak van 18:00 tot 24:00 uur. In beide periodes van 2026 behaalde de NPO een groter zenderaandeel dan in 2025. In het eerste deel van het voorjaar droegen de Olympische Winterspelen in Milaan daaraan bij. Vanaf juni zorgde het WK in Noord-Amerika voor extra kijktijd.
RTL Nederland had in de periode tot 6 april, relatief weinig last van het sportgeweld en hield goed stand met sterke programma’s als The Masked Singer, de teruggekeerde The Voice of Holland en Winter Vol Liefde, maar zag het aandeel meer teruglopen in het voorjaar. Talpa Network wist het marktaandeel in beide periodes vrij stabiel te houden, onder meer dankzij de Postcodeloterij Miljoenen Jacht, Vandaag Inside en de Oranjezomer.
Tijdens de grote sportevenementen op de publieke zenders, verliezen Ziggo Sport en The Walt Disney Company doorgaans relatief meer marktaandeel wanneer het sportaanbod op hun zenders dan juist op een lager pitje staat.
Top 25 best bekeken programma’s
Al eerder in dit rapport gaven we aan dat NMO sinds de gewijzigde rapportage van 6 april het kijkgedrag via alle schermen meet en rapporteert. In sportjaren rapporteren wij gewoonlijk twee toplijsten: één met sport en één zonder sport. Ook in dit halfjaarrapport nemen wij twee toplijsten op. Maar omdat de rapportage van de kijkcijfers per 6 april gewijzigd is, geven wij met de eerste lijst een overzicht van de best bekeken programma’s tot 6 april en met de tweede lijst de best bekeken programma’s vanaf 6 april. Om te voorkomen dat sporttoernooien de lijsten domineren, nemen we in beide gevallen alleen de best bekeken sportuitzending op.
De eerste tabel toont de best bekeken programma’s tot 6 april. Deze cijfers hebben uitsluitend betrekking op het live en uitgesteld kijken op het grote TV-scherm. Het best bekeken programma vòòr 6 april was de 1000 meter schaatsen van de heren op de Olympische Winterspelen in Milaan. Ruim 5 miljoen mensen zagen hoe Jenning de Boo zilver pakte. De gemiddelde kijkdichtheid lag op 4 miljoen kijkers. Daarna volgt Wie is de Mol, dat daarmee van alle non-fictie programma’s opnieuw de beste score haalde. Net als in de meeste jaren zijn RTL 4 en NPO 1 hofleverancier van de top 25. SBS 6 staat er ook in met de speciale uitzending van de Postcode Loterij Miljoenenjacht op 1 januari.
De tweede tabel toont de best bekeken programma’s vanaf 6 april. Hierin telt niet alleen het live en uitgesteld kijken via de TV-zender mee, maar ook het kijken via het VOD-platform van de broadcasters op kleine schermen tot en met 6 dagen na uitzending. Denk hierbij aan Even Tot Hier op NPO Start, B & B Vol Liefde op Videoland of Postcode Loterij Miljoenenjacht via KIJK. Als een programma ook bekeken is via het VOD-platform, wordt dit in onderstaande tabel onder de zendernaam toegevoegd.
Alle programma’s uit onderstaande top 25 zijn ook bekeken via NPO Start, Videoland of KIJK. De enige uitzondering hierop was de speciale Koningsdag uitzending van The Masked Singer op 27 april, die alleen op RTL 4 bekeken kon worden. Ook in deze lijst is alleen de best bekeken sportuitzending opgenomen. Dit was de WK-wedstrijd tussen Nederland en Zweden die door gemiddeld 4,9 miljoen kijkers bekeken is. Het bereik van deze wedstrijd was maar liefst 6,5 miljoen Nederlanders. Het best bekeken non-fictie programma was Even tot Hier met ruim 2,7 miljoen kijkers.
Van nieuw naar vanzelfsprekend
Met Video Totaal heeft de Nederlandse markt sinds april een veel breder zicht op het videokijkgedrag. Tegelijkertijd vraagt zo’n fundamentele vernieuwing tijd om te landen. Nieuwe cijfers en begrippen moeten hun plek vinden in analyses, rapportages en het dagelijkse taalgebruik van de markt. Ook zal de praktijk steeds duidelijker maken welke cijfers en analyses voor welke toepassingen het meest relevant zijn.
Screenforce zal een actieve rol blijven spelen in het duiden en analyseren van de nieuwe kijkcijfers. Zo helpen we de markt om het beste uit Video Totaal te halen. Dit artikel is gebaseerd op het hoofdstuk TV-kijkers uit het Halfjaarrapport 2026 van Screenforce. Het volledige rapport is hier te vinden.























